
Marjan Slob - Hersenbeest: filosoferen over het brein en de menselijke geest (2016)
pag 94
Referend naar Marc Slors:
"Pas handelen nadat je een bewuste beslissing hebt genomen is een uitzondering. Onze dagelijkse ervaringen getuigen daarvan.... Het lijkt absurd om te veronderstellen dat een beslissing die onbewust is genomen en dus niet door jou gesanctioneerd is, wel een teken is van jouw vrije wil... Onbewuste beslissingen zijn vaak juist typisch jouw beslissingen".
DEscol
pag. 96
"We handelen vaak buiten ons bewustzijn om en het is een zinsbegoocheling om te denken dat daarmee onze vrijheid op het spel staat.... Toch bedriegt onze intuïtie ons net helemaal. Bewustzijn heeft wel degelijk iets te maken met ons vrij gedrag. Al je tegen je eigen impulsen en neigingen in wilt gaan, zul je dat namelijk bewust moeten doen. Het antwoord van Marc Slors: je bent vrij als je de handelingen uitvoert die echt bij je hoort."
pag. 100
"Vrijheid is dus niet zozeer een kwestie van controle hebben over je wil. Vrijheid is eerder te begrijpen als he ervaren van harmonie of overeenstemming tussen de wensen, impulsen en verlangens die op allerlei gebieden en niveaus in je leven. Anders gezegd: vrijheid is de afwezigheid van spanning tussen dat wat je werkelijk wilt en dat wat je zou willen. Binnen zo'n opvatting kan ook onbewust gedrag heel goed vrij gedrag zijn - dat is het geval als jouw impulsen zodanig in harmonie zijn met je hele ideeënstelstel dat je het op je 'ruggengraat' kunt handelen. Je ervaart geen intern conflict, het is niet nodig om bewust te interveniëren en een stokje te steken voor je eigen neigingen.
pag. 101
" Vrije wil hangt dan samen met een langzaam groeiend programma van waarden en inzichten waaraan jij je bewust verbindt, een programma dat je toekomstig gedrag kan gaan besturen. Immers: als je moet erkennen dat je dingen doet die niet bij je passen, dan is er werk aan de winkel. Je zult zeer bewust moeten besluiten dat je je gedrag wilt veranderen. Dat betekent: een tijd lang hardnekkig je wilskracht inzetten om je onbewuste 'beslissingen' (neigingen) te weerstaan. Gaandeweg gaat die bewuste beslissing om je gedrag aan te pakken jou echt vormen....
Onbewust handelen is verre van onpersoonlijk handelen. Je laat jezelf juist bij uitstek kennen door je onbewuste en impulsieve reacties. Zij geven blijk van diepgewortelde waarden, overtuigingen en ervaringen....
Het allervrijst ben je als je onbewust doet wat je ook bewust zou willen doen. Uit puur talent. Of omdat je eindeloos hebt geoefend, wenselijke handelingen hebt ingesleten en onwenselijke genegeerd. Totdat de goede impulsen je volledige eigen zijn geworden."
pag. 123
Hersenen zijn een soort werkelijkeheidsmachine waarmee mensen - en waarschijnlijk ook een flink aantal andere dierensoorten - zich een beeld vormen van de wereld. Hersenen verzamelen informatie die via je zintuigen uit de fysieke wereld tot jou komt en stellen daaruit een beeld samen. Dat beeld noem je de werkelijkheid..
Waarschijnlijk is dat beeld van de werkelijkheid behoorlijk wazig...
We zullen het moten doen met dat beperkte, onvolmaakte beeld van de werkelijkheid dat onze hersenen aan ons opdissen.
"Met onze hersenen boren we ons een tunnel door de werkelijkheid, een werkelijkheid waarvan we maar een fractie ervaren", vat Thomas Menzinger samen."
pag. 125
"Deze Metzinger komt dus met dat beeld van de hersenen die zich een tunnel door de werkelijkheid boren. Gewoonlijk zijn je hersenen blind voor het feit dat zij dat het doen zijn. Als mens merk je dan ook niet dat je een beeld van de wereld aan het opstellen bent. Integendeel: je hebt de krachtige ervaring dat de wereld is zoals je haar ziet. Het kost flink wat moeite om je te realiseren dat wat je waarneemt niet de werkelijkheid zelf is, maar slechts jouw beeld van de werkelijkheid.
… zou je kunnen zeggen dat je organisme jou een virtual reality van de realiteit aanbiedt. Je hersenen creëren een interface tussen de realiteit en jou ervaring, zo gebruikersvriendelijk, dat het lijk alsof hij er niet is.
Het typische van mensen (en waarschijnlijk ook van een flink aantal dieren) is dat wij dat virtuele beeld dat wij opstellen van de werkelijkheid ook beleven. Op een of andere manier verschijnt de wereld aan ons innerlijk ook. In zijn prachtige boek De egetunnel vraagt Metzinger zich af waarom wij onze feitelijke omgeving eigenlijk verdubbelen in een innerlijk beeld van die omgeving, dat we op een of andere manier beleven. Goed beschouwd is dat wonderlijk. Waarom is de wereld een fenomeen voor ons, waarom vormen we ons er een beeld van? We ouden ook simpelweg kunnen reageren op impulsen uit de omgeving - en die reacties van ons kunnen best heel bewust , geïnformeerd en intelligent kunnen zijn,. Zonder dat we daar verder een gewaarwording bij nodig hebben. We zouden een soort intelligente robots zijn....
Er moet, aldus Metzinger, een goede reden zijn voor die verdubbeling van de wereld in een innerlijk beeld van die wereld dat op een of andere manier aan ons verschijnt. Het construeren van zo'n beeld kost immers extra energie…. De evolutie heeft de neiging om onnodige kosten onbarmhartig weg te snoeien."
pag. 127
"Soms is het echter wel handig om je bewust te zijn van jouw (beeld van je ) omgeving. Vooral als je niet precies weet wat er het volgende moment zal gaan gebeuren. Mensen - en andere sociale dieren - raken vaak in dit soort onbestemde situaties verzeild....
Je gaat bewust je wereld beschouwen. Dat vergroot de overlevingskansen. En dat is al dat extra calorieverbruik van je hersenen wel waard.
Bewustzijn is dus de innerlijke ervaring van een model of beeld van de omgeving waarin verschillende soorten kennis en informatie bij elkaar zijn gebracht - informatie over je omgeving natuurlijk, maar net zo goed informatie over je huidige gemoedstoestand en jouw herinneringen aan vergelijkbare situaties. Hoe de integratie van ongelijksoortige informatie in zijn werk zou kunnen gaan, hoeveel niveaus van informatieverwerking daar bijvoorbeeld bij komen kijken en welke modules van informatie daadwerkelijk actief zijn in de hersenen , is een open empirische vraag."
pag. 128
"Zodra je een bewust beeld hebt van de situatie waarin je je bevindt, kun je je aandacht gaan richten op die situatie en bedenken hoe het er voor jou voorstaat.... Een bewust beeld geeft jou het vermogen om te anticiperen op de dingen die in zo'n situatie zouden kunnen gaan gebeuren."
pag.129
"Dit vermogen maakt bewuste beesten flexibeler. Ze beschikken over een rijker afwisselender gedragsrepertoire. Daardoor kunnen ze beter opkomen voor hun belangen...
Bewuste informatie is in dit model altijd maar een deelverzameling van alle informatie die op een bepaald moment actief is in je hersenen. Het is informatie die jouw aandacht verdient, omdat het nog niet zo duidelijk is welke van jouw vermogens je nodig zult hebben om die informatie goed te ontginnen. "
pag. 133
"Een zelfmodel biedt een mens dus stabiliteit en focus. En net als bij het beeld dat je hersenen opstellen van de wereld geldt ook hier: je ervaart dat beeld van jezelf zo direct en onmiddellijk dat het je het niet opvalt als een model.... Ons woord 'ik' is een woord voor de zelforganisatie die in de hersenen plaatsvindt... Het zelfmodel, het ego, is strikt genomen 'gewoon de beste hypothese die het systeem heeft over zijn eigen actuele toestand' aldus Metzinger. Je zult dan ook geen zelf vinden het brein. Een 'zelf' is namelijk geen ding of kern, maar een woord voor een proces."
pag. 134
"Van een groot aantal feitelijke processen in je hersenen ben je je niet bewust. Tegelijkertijd meen je je 'bewuste' te zijn van dingen die er niet zijn (zoals... een zelf). Geregeld bevindt je je dus in de metafysisch gezien beklagenswaardige situatie dat je je niet bewust bent van de realiteit en wel van een illusie... van fenomen.
Metzinger denkt dat we van nature een idee van ons zelf erop na houden dat niet klopt. Dat 'zelf' van ons is slechts een model dat dat de hersenen simuleren op het moment dat het in het belang van het organisme is."
pag. 136
"...Hume merkt in de achttiende eeuw al op dat hij zijn 'zelf' nooit betrapt zonder dat zelf aan iets aan het ervaren, denken of waarnemen is. 'Zou het kunnen', zo suggereert hij , 'dat het zelf niet bestaat zonder die waarnemingen, ervaringen en gedachten?' Hij durft het te zeggen: een zelf dat niets doet is er misschien wel niet."
pag. 137
"Veel dieren hebben een lichaamsbeeld, denkt Metzinger. Daarmee bedoelt hij dat zij zichzelf als een organisme ervaren. Daardoor kunnen ze gaan handelen in hun eigen belang
....Er zullen flink wat diersoorten zijn die hun lichaam op een of anderen manier voor zichzelf representeren zonder dat ze daar een bepaalde ervaring bij hebben. Die dieren hebben dus een zelfbeeld zonder zich daar bewust van te zijn. Zij hebben geen zelfervaring, geen ego. Zij worden geen fenomeen voor zichzelf.
Wij kunnen dat wel. Gedurende ons wakende bestaan laten onze hersenen meestal een model van on zelf snorren. en soms zijn we daarvan bewust. Dan ervaren we dat we een zelf hebben, (Of eigenlijk: een zelfmodel - maar dat het maar een model is, ervaren wij nu juist weer niet.) Wij kunnen ons bewust worden, van ons eigen lichaamsbeeld. en een sociale, intelligente vogel als de kauw kan dat dus ook."
pag. 153
"We schieten dus heen en weer tusssen interpretaties en feiten, een proces dat meerdere cycli kent en net zolang doorgaat tot een bepaalde interpretatie voldoende bevredigt. Metzinger denkt dat in ons hoofd continu van dit soort feedbacklussen gaande zijn. Het mechanisme blijft dus niet beperkt tot visuele informatie, maar geldt voor alle soorten informatieverwerking. Het onmiddelijke verleden, de waarneming van zo-even, filtert en stuurt wat je nu ervaart. Meestal merk je daar niets van. Maar als dat proces relatief veel tijd kost, dus als de interpreatie (de bundeling en duiding) van informatie om wat voor reden dan ook niet zo eenvoudig is, dan wordt je je ervan bewust. Er is dan een kritische grens overschreden - en die grens is kwantitatief, het is de grens van x milliseconden hersenactiviteit.
Ongelijksoortige hersenscellen die niettemin synchroon vuren, maken de kans groter dat je je bewust wordt van het hele proces. Ongelijksoortigheid is als het ware een versterkingsfactor. Dus je zult je eerder bewust worden van een duiding die ontstaat door het samnbrengen van informatie uit meerdere niveau's ('lagere' fysiologische niveau's en 'hogere' interpreatieniveau's) en uit meerdere sectoren (herinneringen aan visuele, auditieve, emotionele, mototische ervaringen). Zo'n waarneming is complex, kost daarrmee extra hersentijd, en dat vergroot de kans dat die kritische grens wordt overschreden. Het verwerkingsproces duurt dan dermate lang dat je merkt dat je verwerkt. Je wordt je bewust van het proces."
pag. 155
In de normale breintoestan wisselen half afgemaakte gedachten elkaar af. "Gedachte en impressies komen op en doven weer uitzonder tot een duidelijk einde te zijn gebracht, om een poosje later weer even in de aandacht te komen." Dit tot we aandacht aan iets schenken.
pag. 159
Verwijzend naar James: "...als er in jouw hoofd een idee rondwaart om iets te doen, en er staan geen sterke ideeën tegenover die jou de kant op sturen, dan volgt de handeling vanzelf. Dan is het idee, de gedachte voldoende.
Het denken is de beslissing.
E of dat denken bewust of onbewust is, doet er niet eens toe."
pag. 161
"Als een bepaalde impuls maar genoeg relatieve kracht heeft, handelen we er automatisch naar. Dat gedrag hoeven we, aldus James, niet nog een apart te 'fiatteren' via een beslissing. Het gebeurt gewoon."
"Kolk vindt dit een 'geniale interventie' van James, omdat James zo een oneindige regressie vermijdt. Je hebt immens de neiging om te geloven dat het (bewust of onbewust) denken aan een handeling niet voldoende is om die handeling ok echt uit te voeren. je neemt impliciet aan dat je die handeling ook nog eens apart moet goedkeuren - dat je moet 'beslissen' om die handeling daadwerkelijk te gaan doen. En waar komt dat commando, dat "fiat" dan vandaan? Dat zou dan ook weer om een verklaring vragen. In fysiologische termen gesproken: daar zou dan weer een apart hersenproces voor nodig zijn. En welk hersenproces zet eigenlijk aan tot dat tweede hersenproces?...
De oplossing van James: handelingen vragen wellicht niet om een beslissing. Daar is dat 'ik' van jou verder helemaal niet bij nodig."
pag. 164
Kolk aanhalend: "...'Ook aandacht heeft geen bewuste beslissing nodig!' Ook hier kun je het zonder fiat van het commandocentrum stellen. Anders gezegd: jouw 'ik' is ook niet nodig om ergens aandacht voor te hebben.
En daar lijken de moderne hersenwetenschappers een voorzichtige empirische onderbouwing voor te geven... de gyrus cingulatus…, laat veel activiteit zien op het moment dat je actief wordt in een ongewone situatie. Dit zijn typisch situaties waar je met je koppie bij moet zijn. Situaties, kortom waarin je je aandacht moet mobiliseren."
Dit hersengebied licht ook op bij beloningen. Systemen die impulsen versterken en waarderen zijn waarschijnlijk één en hetzelfde systeem.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten